Samenwerken maakt slim

Evoluerende digitale minihersenen doen spelletjes en worden slim

  • Door: Tom de Kievith (Noorderlicht)
???mainAreaIntro.category.label???
Brein & Gedrag
???link.zoom???

Onderzoekers uit Dublin lieten virtuele hersenen tienduizenden generaties lang spelletjes met elkaar spelen. De uitkomst: we worden intelligenter naarmate we meer samenwerken.

Hoewel programma’s als ‘Barbies Bruiloft’ of ‘Jersey Shore’ het tegendeel lijken te bewijzen, staan we als Homo Sapiens toch behoorlijk hoog op de intelligentieladder. Hoe we, evolutionair gezien, zo slim zijn geworden blijft speculeren. Intelligentie kost namelijk een hoop energie; onze hersenen maken maar zo’n twee procent van ons lichaamsgewicht uit, maar verbruiken ongeveer twintig procent van alle zuurstof en vijftien procent van alle glucose.

De hypotheses variëren sterk, maar de meest voorkomende is de sociale intelligentie hypothese; sociale interacties zorgen er voor dat we slimmer worden. Of wij beslissen samen te werken is een teken van intelligentie, zo is het idee.

Twee sociale dilemma’s

Zoom
Wat zou je doen in het Prisoner’s Dilemma? Zwijgen of de ander een oor aannaaien?

Ierse wetenschappers lieten een groep van vijftig virtuele neurale netwerken (een soort minibreintjes op een computer) vijftigduizend generaties lang spelletjes tegen elkaar spelen. Wat bleek? De groep minibreintjes evolueerden in vier soorten die elk een eigen manier hadden om de dilemma’s op te lossen. De slimsten werkten het meeste samen.

Het experiment maakt gebruik van sociale dilemma’s. Elk minibreintje speelt een kort spelletje tegen een ander. Om en om wisselt hij af tussen het Prisoner’s Dilemma en de Snow Drift Game, waarbij hij moet kiezen om samen te werken of te deserteren (de tegenstander tegen te werken). Elke uitkomst levert een bepaalde hoeveelheid punten op. Bij beide dilemma’s lijkt het voordelig om te deserteren, maar dat kan tegen je werken. Op langere termijn is het voordelig om het samenwerken en deserteren tactisch af te wisselen.

Zoom
De Snow Drift Game. Wacht je totdat de sneeuw is gesmolten of ga je graven? En wat doet de ander?

In het Prisoner’s Dilemma worden jij en je tegenstander beschuldigd van een misdaad. Jullie kunnen onafhankelijk van elkaar zwijgen (samenwerken), of de ander een oor aannaaien (deserteren). Zwijgt hij en verraad je hem, dan ga jij vrijuit en krijgt hij drie jaar celstraf. Zwijgen jullie allebei, dan komen jullie er met een minimale straf vanaf. Wanneer jullie elkaar verraden gaan jullie beiden voor een jaar de bak in. Voor jezelf is het slim om altijd de ander te verraden, maar uit sociaal oogpunt is het slimmer om te zwijgen.

Toch vonden de wetenschappers dit dilemma niet toereikend genoeg. Ze haalden daarom de Snow Drift Game er bij, waarbij je keuze meer afhankelijk is van wat de andere speler doet. Je staat met je auto aan de rand van een grote sneeuwmassa en wilt naar huis, aan de andere kant van de sneeuw. De tegenstander heeft hetzelfde probleem, maar staat aan de andere kant en moet naar jouw kant. Je kan er voor kiezen om te blijven wachten (deserteren), maar dan bestaat er de kans dat je in je auto zit tot de sneeuw is gesmolten. Je kan ook gaan graven (samenwerken) en hopen dat de tegenstander daar ook voor kiest, zodat jullie beiden maar de helft hoeven te graven.

Tactiek overleeft

Naarmate een minibreintje langer overleeft, of zich voortplant (ja, zelfs dat kan met virtuele minibreintjes), begint hij een strategie te ontwikkelen om zoveel mogelijk punten te verdienen. Willekeurige mutaties in nieuw kroost brengen variatie in het neurale netwerk met zich mee, dat op die manier uitgebreid of juist ingekrompen kan worden. Inkrimpen betekent minder intelligentie, uitbreiden juist meer.

Hoe meer punten het minibreintje verdient, des te geschikter hij is om nageslacht te produceren en des te meer kans hij dus heeft om zijn tactiek door te geven aan het nageslacht. Een goede tactiek (=meer punten, want meer winst) heeft daarom een grotere kans om te worden doorgegeven dan een tactiek die niet zo goed werkt.

Tactiek zorgt dus op den duur voor meer punten en meer punten geven een grotere kans op voortplanting. Hoe meer voortplanting, hoe groter de kans op uitbreiding van het neuraal netwerk en dus hoe intelligenter het minibreintje wordt. Dit blijkt ook uit de resultaten van het onderzoek: samenwerkende minibreintjes waren intelligenter dan degenen die de tegenstander tegen werkten.

Blijven samenwerken

Verklaart dit onderzoek nu waarom wij zo slim zijn met z’n allen? Niet echt. Sociale intelligentie is van veel meer dingen afhankelijk dan alleen samenwerking. Het onderzoek ondersteunt wél de sociale intelligentiehypothese, die daarmee nog steviger wordt. Het brengt ons in ieder geval een stapje dichter bij het begrijpen van sociale intelligentie. Zolang we de buurman helpen verhuizen, eens in de zoveel tijd met collega’s een vlot bouwen of carpoolen zullen we er in ieder geval niet dommer op worden.

Bron: The Royal Society

reacties