Komt het door CO2?

Effect van broeikasgas zou mee kunnen vallen

Een rationele afweging is het helaas niet geworden.
???link.zoom???
Een rationele afweging is het helaas niet geworden.

Het boek 'De staat van het klimaat' van journalist Marcel Crok deed stof opwaaien. Maar het is niet de objectieve analyse waarvoor velen het houden. Een blik op hoofdstuk 4.

Er wordt regelmatig te simpel gedacht en gepraat over het klimaat, alsof CO2 de enige factor is die voor opwarming zorgt. Als we onze CO2-uitstoot maar beperken, kunnen we ‘het klimaat redden’. Wetenschappers weten wel beter. Andere broeikasgassen helpen ook mee aan de opwarming: met name methaan, stikstofoxiden, koelmiddelen en doodgewone waterdamp doen een flinke duit in het zakje. En dan is er nog de invloed van aerosolen, roetdeeltjes en wolken, die opwarming zowel kunnen versterken als verzwakken. Het is dus complex.

In hoofdstuk 4 van zijn boek ‘De staat van het klimaat’ doet Marcel Crok alsof het IPCC en de klimaatonderhandelaars nauwelijks aandacht hebben voor iets anders dan CO2. 'Klimaatbeleid is in de internationale onderhandelingen synoniem geworden aan CO2-beleid of koolstofbeleid', schrijft hij op p. 19 (dus in hoofdstuk 1). Dat is niet helemaal waar, al zou je het soms denken als je de krant leest. Onderhandelaars rekenen met 'CO2-equivalenten' (CO2-eq), een woord dat in Crok's hele boek niet voorkomt. Terwijl het heel belangrijk is. Het betekent dat het effect van andere broeikasgassen omgerekend wordt naar de hoeveelheid CO2 die hetzelfde effect zou hebben.

Maximaal twee graden
Het begrip leidt geregeld tot verwarring en dat is een ernstige zaak. Veel mensen, ook vooraanstaande politici, denken dat het IPCC beweert dat een concentratie van 450 ppm CO2 (ppm staat voor delen per miljoen) in de lucht tot maximaal twee graden opwarming zal leiden, in vergelijking met de tijd voor de industriële revolutie. Ze gaan er dus van uit dat er nog ongeveer 60 ppm bij mag komen voor het zover is, want de huidige CO2-concentratie is zo'n 390 ppm. In werkelijkheid schat het IPCC dat 450 CO2-equivalent uiteindelijk tot die twee graden warmere wereld leidt.

Over de precieze waardes die je voor zo'n omrekening naar CO2-eq zou moeten gebruiken, valt te twisten, en ook over de vraag of het verkoelende effect van deeltjes luchtvervuiling en veranderd landgebruik hierin meetellen of niet. Tel je die effecten niet mee, dan was de stand volgens het IPCC in 2007 455 CO2-eq, dus al boven de veronderstelde tweegradengrens.

Maar het IPCC gaat ervan uit dat aerosolen – druppeltjes luchtvervuiling – de temperatuur drukken door zonlicht terug te stralen voordat die het aardoppervlak bereikt. Met die koeling komt de huidige broeikasdruk volgens het klimaatpanel uit op 375 CO2-eq, toevallig dus dicht bij de werkelijke CO2-concentratie. Dat verklaart misschien een deel van de verwarring hierover.

Minder verkoeling?
Uiteraard zijn er onzekerheden in deze berekeningen. Als het verkoelende effect van luchtvervuiling en/of veranderingen in landgebruik kleiner blijkt te zijn dan gedacht – en daar zijn aanwijzingen voor - dan is ook het opwarmende effect van de broeikasgassen overschat. Dat Crok zich daarover opwindt, is terecht. De laatste jaren lijkt het erop dat roet meer opwarming veroorzaakt dan verwacht, en aerosolen minder afkoeling. Beide effecten laten minder ruimte voor opwarming door broeikasgassen. Misschien was het IPCC in 2007 dus te pessimistisch. Het is alleen niet eerlijk om daar verontwaardigd over te doen, want deze onderzoeksresultaten dateren van na 2007.

Theoretisch zal een verdubbeling van de CO2-concentratie leiden tot ongeveer 1 graad opwarming op aarde, schrijft Crok terecht. Dat is het directe effect, waarover geen serieuze discussie is. Hij vermeldt ook dat er allerlei terugkoppelingen zijn, die zowel meer als minder opwarming kunnen veroorzaken. Maar vervolgens doet hij alsof er heel weinig bekend is over die terugkoppelingen, en het nog helemaal de vraag is hoe hun effect zal uitpakken. In werkelijkheid is er redelijk solide kennis over sommige mechanismen. Zo houdt warmere lucht meer van het broeikasgas waterdamp vast, absorberen kale grond en ijsloos water meer zonnestraling dan besneeuwde oppervlakken en liggen er in bodems miljarden tonnen broeikasgas te wachten op ontdooiing.

Allemaal in de vingers
Voor Marcel Crok is dat kennelijk niet overtuigend genoeg. Hij schrijft: ‘Er zijn kortom nogal wat potentiële feedbacks aanwezig in het klimaat. Alleen als je die allemaal in de vingers hebt, kun je iets zeggen over het toekomstige verloop van het klimaat.’ (p. 110)

Dat is een boude bewering. Om niet te zeggen: klinkklare nonsens. Het is alsof je zegt: ik ken mijn basissalaris en ik weet mijn vaste lasten, maar omdat ik niet al mijn uitgaven en bijverdiensten voor het komende jaar kan voorspellen, heb ik geen enkel idee wat mijn financiële situatie zal zijn in het komende jaar.

Crok wijst op enkele dwarse klimaatonderzoekers die vooral negatieve terugkoppelingen ontwaren in het klimaat, waardoor de opwarming dus gedempt zou worden. Hij zet dat af tegen klimaatmodellen van het IPCC, die voornamelijk uitgaan van positieve terugkoppeling door smeltend ijs, meer waterdamp in de lucht en extra wolken. Hij gaat daarbij voorbij aan het feit dat die klimaatmodellen het temperatuurverloop van de afgelopen eeuwen redelijk kunnen nabootsen, terwijl de critici daar nauwelijks iets tegenover stellen.

Nutteloze modellen
Bij de presentatie van zijn boek vroeg ik Marcel of hij vond dat klimaatmodellen nutteloos waren, omdat ze te weinig voorspellende waarde zouden hebben. Dat beaamde hij. Liever geen model dan een slecht model, was zijn stelling. Blijkbaar realiseert hij zich niet dat voorspellingen doen zónder model ook een model is, een heel primitief model.

En dan nog iets. Uit paleoklimatologisch onderzoek blijkt keer op keer dat grote temperatuurstijgingen steeds samenvallen met verhogingen van de CO2-concentratie. Sceptici beweren graag dat dit CO2 vrijkomt doordat het opwarmt, en niet andersom. Maar het is veel waarschijnlijker dat het beide kanten op werkt: meer CO2 maakt warmer, en meer warmte zorgt voor uitstoot van extra broeikasgas vanuit moerassen en de oceaan. Een domino-effect dus, waarmee het IPCC geen rekening houdt. Voor Marcel Crok is deze cruciale kwestie het bespreken niet waard.

Elmar Veerman

(Lees ook de bespreking van de andere hoofdstukken:  1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8

reacties