Hoeveel hoeven had de walvis?

Ouwe koeien in de zee

Reconstructie van Rodhocetus balochistanensis, de voorouder van de walvissen die Gingerich vond (foto Science/John Klausmeyer)
Zoom
Reconstructie van Rodhocetus balochistanensis, de voorouder van de walvissen die Gingerich vond (foto Science/John Klausmeyer)

Na een halve eeuw bekvechten lijkt de strijd over het voorouderschap van de walvis beslecht. Paleontologen meenden altijd dat de zeezoogdieren afstammen van vleeseters, maar biologen wijzen al sinds 1950 naar plantenetende hoefdieren. Diverse nieuw gevonden fossielen geven de biologen gelijk: de walvis is verwant aan koe, nijlpaard en schaap.

Al meer dan twintig jaar was Philip Gingerich op zoek naar fossielen van vroege walvisachtigen. In Egypte, Pakistan en India had hij regelmatig succes, en hakte hij botten uit het omringende gesteente. Tot zijn spijt ontbraken echter steeds de ledematen van de dieren. Dan zat hij weer met alleen de ribben, een schedel of een ruggengraat. Best leuk, maar onvoldoende voor de belangrijkste vraag in het onderzoek der fossiele walvissen: wie waren de voorouders van het dier, dat zo'n vijftig miljoen jaar geleden het land voor een bestaan in zee verruilde? Paleontologen als Gingerich waren van mening dat de dieren afstamden van een uitgestorven groep vleeseters, zo groot als hedendaagse hyena's. Dat idee baseerden ze op overeenkomsten tussen gebitten: de tanden van de eerste, nog kleine walvisachtigen leken zo uit de kaak van de verdwenen vleeseters te zijn weggelopen. Maar biologen waren het daar niet mee eens. In 1950 al ontdekten zij immunologische gelijkenissen tussen huidige walvissoorten en evenhoevige dieren als de koe, het schaap en het nijlpaard. Zij zouden dus de familie van de walvis zouden zijn, een theorie die later werd ondersteund door DNA-onderzoek. De paleontologen waren echter niet overtuigd. Wat hen betreft kon het bewijs alleen worden geleverd door de ledematen van een fossiele walvis. De bouw van 'pols' en 'enkel' van evenhoevigen is uniek: bij alle andere dieren zijn die gewrichten fundamenteel anders samengesteld. Zouden evenhoevigen verwant zijn aan de walvis, dan moet de walvis bij zijn ontstaan dezelfde gewrichtsopbouw hebben gehad. Maar ja, de ledematen van de fossiele dieren vond Gingerich nooit terug: die waren vermoedelijk steeds door roofvissen verscheurd, kort nadat de dieren gestorven waren. In oktober 2000 was het dan eindelijk raak. Op de eerste dag van een nieuwe excursie in Pakistan vonden Gingerich en zijn medewerkers de 'enkel' van een fossiele walvissoort, die 47 miljoen jaar geleden leefde. Maandenlang puzzelden de paleontologen met de botten, maar moesten uiteindelijk toegeven dat de biologen gelijk hebben - de enkel van het fossiel was van het type die ook de evenhoevigen hebben. "Nu geef ik zelfs toe dat de walvis en de evenhoevigen gemeenschappelijke voorouders hadden," zegt Gingerich in een persbericht van zijn werkgever, de Universiteit van Michigan in Ann Arbor. Dat wil niet zeggen dat het fossiele dier op een hedendaagse koe leek. Het pakweg drie meter lange beest, schrijft Gingerich in het Amerikaanse tijdschrift Science, leefde nog niet de hele tijd in zee, maar kroop als een fors uitgevallen zeeleeuw regelmatig aan land. Tussen zijn vingers en tenen zaten waarschijnlijk vliezen, waarmee hij goed kon zwemmen. De Britse concurrent van Science, het tijdschrift Nature, kan bij zoveel overtuiging natuurlijk niet achterblijven. Toevallig of niet, ook dat blad publiceert een artikel over nieuw gevonden fossielen van de voorouders van walvissen, eveneens in Pakistan. Bioloog én paleontoloog Hans Thewissen beschrijft daarin twee dieren met goed bewaarde achterpoten, die de overeenkomst met de evenhoevigen nog maar eens bevestigen. De dieren van Thewissen zijn een paar miljoen jaar ouder dan Gingerichs fossielen, en leefden nog helemaal niet in zee. Hun enkels waren volledig aangepast aan gebruik op land, waarmee ze uitstekend konden rennen. Paleontoloog Gingerich maakt in het persbericht een knieval voor de biologen. "In de laatste jaren hebben biologen 15 tot 20 onderzoeken gepubliceerd die de verwantschap tussen evenhoevigen en walvissen ondersteunen. Paleontologen namen die niet serieus, maar onze vondst toont aan dat dat wel had gemoeten." Toch wil hij zijn vakgenoten niet meteen helemaal overbodig maken. "Biologen en hun technieken zullen de paleontologie nooit kunnen vervangen, maar ze kunnen het vak verrijken. De eigenschappen die paleontologen uit fossielen afleiden, kunnen zij aanvullen en uitbreiden." Juist ja - alsof de volledige verwerping van zijn oude vleeseter-afstammingstheorie een kwestie van aanvulling en uitbreiding was. Marc Koenen Philip D. Gingerich et. al.: Origin of Whales from Early Artiodactyls: Hands and Feet of Eocene Protocetidae from Pakistan. In: Science, vol. 293, p. 2239 (21 september 2001). J.G.M. Thewissen et. al.: Skeletons of terrestrial cetaceans and the relationship of whales to artidactyls. In: Nature, vol. 413, p. 277 (20 september 2001).

reacties