Stik toch, jij!

Kankercel in ademnood

Twee keer dezelfde muis; klik voor een vergroting. Links heeft het dier een huidkankertumor die later, dankzij endostatine, is geslonken tot de omvang van het cirkeltje rechts. Het middel icon zou ook dat restant kunnen opruimen (foto Nature).
Zoom
Twee keer dezelfde muis; klik voor een vergroting. Links heeft het dier een huidkankertumor die later, dankzij endostatine, is geslonken tot de omvang van het cirkeltje rechts. Het middel icon zou ook dat restant kunnen opruimen (foto Nature).

Kankertumoren gaan slordig te werk. Om snel te kunnen groeien schreeuwen ze voortdurend om nieuw bloed. Dat komt dan ook, maar via bloedvaatjes die onderontwikkeld zijn - een eigenschap die volgens Amerikaanse onderzoekers tegen kanker kan worden aangewend. Zij denken een medicijn te hebben gemaakt dat niet alleen de aanleg van nieuwe tumorvaatjes tegengaat, maar bovendien de bestaande bloedtoevoer vernietigt. Kankercellen in muizen stierven op die manier de verstikkingsdood.

Slim, maar slordig - zo mag je de strategie wel noemen waarmee een kankercel het lichaam om de tuin probeert te leiden. Slim, omdat hij precies dezelfde signalen uitzendt als gewoon weefsel dat in de groei is. Beide scheiden stoffen af die bloedvaatjes in de buurt ertoe aanzetten aftakkingen naar de cellen aan te leggen. De verbinding wordt gelegd, de cellen krijgen extra bloed, en vermeerderen zich naar hartelust. Toch is er een belangrijk verschil. De nieuwe vaatjes naar gewone weefsels vormen een keurig netwerk dat uitstekend functioneert. De kankercellen daarentegen weten geen maat te houden en brullen voortdurend moord en brand - onophoudelijk produceren ze de stoffen die de bloedvatgroei stimuleren. Door dat aanhoudende alarm denken de bloedvaten als het ware dat er acute ademnood is, en verliezen alle kwaliteitseisen uit het oog. Ongecontroleerd bouwen ze een wirwar van nieuwe vaatjes voor de tumor, die dan ook onderontwikkeld en zo lek als een mandje zijn. Slordig werk dus, maar dankzij hun grote aantal treffen altijd wel een paar vaatjes doel, en kan de tumor toch verder groeien. Eind 1997 verschenen de eerste berichten over hoe die achteloosheid tegen de tumor gekeerd kan worden. Amerikaanse onderzoekers hadden ontdekt dat de stof endostatine de groei van nieuwe tumorvaatjes onmogelijk maakt. Verder onderzoek leerde dat er verschillende van die stoffen bestaan - een daarvan zit in een alledaags aspirientje - en wereldwijd zijn er nu experimenten aan de gang die de werking bij mensen testen. Hoewel die experimenten goed verlopen, blijken de stoffen één nadeel te hebben: ze laten de vaatjes die al bestaan met rust. In het beste geval stoppen ze de groei van kanker, maar de tumor blijft aanwezig. Endostatine en de aanverwante stoffen zijn dus geen geneesmiddelen, want daarvoor moet de gehele bloedtoevoer naar het gezwel worden afgesneden, en alle vaatjes worden gesloopt. Twee Amerikaanse biochemici denken nu zo'n geneesmiddel te hebben gevonden, dat ze na testen bij muizen 'veelbelovend' noemen. Ook zij maken gebruik van de onvolkomenheden van de tumorvaatjes. Het blijkt dat die aan de binnenkant bedekt zijn met een eiwit, 'Tissue factor' of TF, een afwijking die bij normale bloedvaten ontbreekt. De Amerikanen maakten een medicijn, 'icon', dat uit twee delen bestaat. Het ene deel herkent de bloedvatcellen die TF bevatten, terwijl het andere deel afweercellen activeert die die cellen aanvallen. Gewone bloedvaten, is het idee, komen niet onder vuur te liggen. De experimenten met icon bij muizen pakten goed uit, zo schrijven de twee in het vaktijdschrift PNAS. Eerst zadelden ze de dieren op met prostaatkankercellen van mensen, die zich in de muizen manifesteren als huidkanker. Eén groep dieren kreeg geen icon; zij waren na twee maanden bezweken of moesten worden afgemaakt. Maar de muizen die het middel wel kregen toegediend, waren na ruim een half jaar 'virtueel' van hun tumoren verlost - er was geen spoor meer van te zien. Belangrijk was ook dat er nergens bloedingen werden gesignaleerd, die zouden zijn ontstaan als icon ook normale vaatjes had aangepakt. De resultaten, schrijven de onderzoekers, 'suggereren dat de methode ook effect kan hebben bij kankerpatiënten.' Het TF in de tumorvaatjes van de muizen had immers een menselijke oorsprong, zodat er in theorie geen reden denkbaar is waarom icon bij mensen niet dezelfde geneeskrachtige werking zou hebben. Voor het echter zover is, zullen uitvoerige testen bij mensen eerst moeten aantonen dat het middel inderdaad geen normale bloedvaten beschadigt. En mocht dat zo zijn, dan moet ook nog worden vastgesteld voor welke typen kanker icon een geneesmiddel zou kunnen blijken - een onderzoek dat zeker jaren zal duren. Marc Koenen Zhiwei Hu & Alan Garen: Targeting tissue factor on tumor vascular endothelial cells and tumor cells for immunotherapy in mouse models of prostatic cancer. In: Proceedings of the National Academy of Sciences, vol. 98, p. 12180 (9 oktober 2001).

reacties