Dag vogels, dag bloemen

Boerenbeheer brengt soorten niet terug

Grutto (foto: Harold Bierens)
Zoom
Grutto (foto: Harold Bierens)

Het aantal plant- en diersoorten op de Nederlandse akkers neemt niet toe, ondanks speciale maatregelen die boeren al twintig jaar treffen. De subsidies die zij krijgen om laat te maaien en minder kunstmest te gebruiken, helpen volgens de Wageningse onderzoeker David Kleijn 'geen fluit'. Soms lijken soorten er zelfs onder te lijden.

Natuurlijk beheer leek hard nodig, twintig jaar geleden. De intensivering van de landbouw in de decennia daarvoor had het aantal verschillende bloemen, insecten en vogels dat vroeger op de akkers voorkwam drastisch verminderd. Om de gewasopbrengst zo hoog mogelijk te maken, werd elke vierkante meter grond in cultuur genomen, en nam het gebruik van kunstmest toe. Dat ging ten koste van de natuur, want elke plant- en diersoort heeft zijn eigen wensen. Sommige soorten vegetatie gedijen bijvoorbeeld alleen op voedselarme grond, omdat ze dan niet overwoekerd raken door soorten die op een rijke bodem de overhand hebben. Vogelsoorten eisen op hun beurt hoog gras, of juist laag, of een vochtige dan wel droge bodem. Een grote biodiversiteit vraagt met andere woorden een gevarieerd landschap, en dat was door de intensieve landbouw goeddeels verdwenen. Agrarisch natuurbeheer, begonnen in 1981, moest dat weer compenseren. Met name het terugdringen van kunstmest en het laat maaien of laten begrazen van de velden werd sindsdien gesubsidieerd, momenteel met rond de duizend gulden voor elke hectare die de boer natuurlijk beheert. Maar het effect van de maatregelen was alleen onder laboratoriumcondities bekend; wat er in het vrije veld gebeurde, bleef onderbelicht. Daarom trok David Kleijn van de 'Leerstoelgroep Natuurbeheer en plantenecologie' aan de Universiteit Wageningen met drie collega's vorig jaar 78 velden in, om de rijkdom aan soorten in kaart te brengen. De resultaten verschenen in het Britse tijdschrift Nature. Kleijn: 'We hebben alle belangrijke grondsoorten in Nederland bekeken - laagveen, zeeklei en zandgrond. En om kort te zijn: het agrarisch natuurbeheer op die landschapstypen maakt geen fluit uit voor de biodiversiteit van de soorten die wij onderzochten.' Neem de planten. Het natuurbeheer verbiedt het om de buitenste randen (een meter of twee) van de landbouwpercelen te bemesten. Daar komen de meeste soorten voor, maar de vegetatie langs de speciaal beheerde akkers verschilde amper langs die van normaal bemeste percelen. Wellicht, denkt Kleijn, komt dat door de grondwaterstand, die lager ligt dan vroeger, toen de soortenrijkdom veel groter was. Ook veranderingen in de kwelstromen, het voedselarme water dat onder de dijken naar de akkers sijpelt, zouden een soortenverrijking kunnen belemmeren. 'Verder liggen de zaden van planten die men terug wil krijgen, soms te ver van de akkers vandaan. Die bereiken de natuurlijk beheerde gronden niet.' De fauna geven een vergelijkbaar beeld. Alleen zweefvlieg- en bijensoorten breiden zich onder agrarisch natuurbeheer enigszins uit, maar sommige vogels doen het dan zelfs slechter. Zij lijken gevangen in een 'ecologische val'. Aan de ene kant zijn laat gemaaide of begraasde akkers met de hoge vegetatie geschikter om er kuikens beschermd groot te brengen. Maar het terugdringen van mest leidt van de andere kant tot minder bodemorganismen als regenwormen, die op het menu van de vogels staan. 'Weidevogels selecteren hun nestgebied op voedselbeschikbaarheid,' zegt Kleijn. 'Hun voorkeur gaat daarom uit naar bemeste percelen. Ze kunnen natuurlijk niet in de toekomst kijken en weten dat daar meer wordt gemaaid of begraasd, waardoor de kans toeneemt dat hun kuikens door vee of maaimachines worden gedood. Maar dat is wel wat er gebeurt.' De kievit, scholekster, grutto en tureluur komen dan ook minder voor op natuurbeheerde akkers, terwijl de maatregelen mede voor hen waren bedoeld. Misschien, speculeert Kleijn, zou een combinatie van een verhoogde grondwaterstand - waardoor de vegetatie later opkomt - en bemesting met droge stalmest de percelen geschikter maken voor weidevogels. 'Maar dat zijn ingrijpende maatregelen. Het lijkt me zinniger om eerst tot in detail te onderzoeken waarom de huidige maatregelen niet werken. Pas dan kun je vaststellen wat er aan veranderd moet worden.' Marc Koenen David Kleijn et. al.: Agri-environment schemes do not effectively protect biodiversity in Dutch agricultural landscapes. In: Nature, vol. 413, p. 723 (18 oktober 2001)

reacties